Aanspraken op prioriteit

Share

Bert Schoonbeek

Door: Bert Schoonbeek

Onlangs zat ik bij een seminar waarbij de spreker begon met de mededeling dat hij iets ging vertellen over zijn onderzoek, maar dat er nog geen leesbaar paper beschikbaar was. Een volkomen onschuldige opmerking zou je zeggen, of toch niet? Stel dat de spreker tijdens de voordracht een nieuw resultaat presenteerde. Kan hij dan achteraf claimen dat hij de eerste was met dat resultaat? En wat gebeurt er als iemand anders, vrijwel gelijktijdig, een soortgelijk resultaat als eerste heeft opgeschreven in een artikel en dat opstuurt naar een tijdschrift? Kan deze persoon dan bij acceptatie van het artikel aanspraak maken op prioriteit, omdat het in gedrukte vorm staat?

 

Een recent artikel van Roy Weintraub in de Journal of Economic Perspectives laat zien dat dit soort vragen een rol hebben gespeeld bij een van de meest belangrijke en fundamentele resultaten van de economische wetenschappen. Weintraub’s artikel is gebaseerd op onlangs vrijgekomen archiefmateriaal. Wat is het geval. In 1874 publiceerde de beroemde Franse econoom Léon Walras een boek waarin hij een model introduceerde van een economie met een willekeurig aantal consumenten, productenten, en goederen. Hij stelde de vraag of in een dergelijke economie een algemeen evenwicht bestaat, dat is een situatie waarbij voor elk goed de vraag gelijk is aan het aanbod. Walras presenteerde ook een bewijs van dit resultaat. Echter, helaas bleek dat niet te kloppen. Het leveren van een correct bewijs bleek een lastige opgave. Het duurde bijna tachtig jaar voordat dat rond kwam.

 

Weintraub beschrijft de boeiende ontknoping in de jaren vijftig van de vorige eeuw van deze lange zoektocht. In december 1952 werden op een congres in Chicago twee presentaties gehouden waarbij een existentiebewijs werd gepresenteerd van het algemene evenwicht. De eerste presentatie was van Gerard Debreu, die samen met Kenneth Arrow een bewijs had geconstrueerd. De tweede presentatie was van Lionel McKenzie, die onafhankelijk van Arrow en Debreu een soortgelijk bewijs had bedacht. Er ontstond vervolgens een strijd over de prioriteitsvraag van het bewijs. Zonder op alle details in te willen gaan, vermeld ik hier enkele van de saillante punten. Debreu wees erop dat Arrow en hij al in het begin van de jaren vijftig het idee hadden gekregen hoe ze het bewijs moesten opzetten. Dat was echter nog niet goed uitgewerkt en gedocumenteerd. Hij wees verder op het feit dat zijn presentatie op het congres van 1952 vóór die van McKenzie was geweest. Aan de andere kant werd in 1953 van de congrespresentatie van McKenzie een samenvatting gepubliceerd in het tijdschrift Econometrica, waarmee diens resultaat als eerste in gedrukte vorm wereldkundig werd gemaakt. Van de presentatie van Debreu was geen samenvatting beschikbaar. McKenzie zond zijn artikel begin 1953 naar Econometrica. Arrow en Debreu deden dat enkele maanden later met hun artikel. Beide artikelen werden uiteindelijk gepubliceerd in 1954, die van McKenzie in een eerder nummer dan die van Arrow en Debreu. Dat was een bewuste keuze van de hoofdredacteur, omdat McKenzie zijn manuscript eerder had aangeboden.

 

Het artikel van Weintraub laat zien dat aanspraken op prioriteit bij gelijkijdige ontdekkingen kunnen leiden tot allerlei gemanouvreer. Het toont het belang aan van het tijdig vastleggen van onderzoeksresultaten in publiekelijk toegankelijke bronnen. Beweren dat men aantekeningen in de la had liggen is niet voldoende. Ook een iets eerdere presentatie is dat niet. Uiteindelijk gaat het om de officiële publicatie van het werk. Snel publiceren is van belang.

 

Na de publicatie van beide artikelen erkende de academische wereld dat er feitelijk sprake was van twee simultane, onafhankelijke, en even belangrijke bijdragen – gedeelde prioriteit dus. Echter, na verloop van tijd raakte het werk van McKenzie op de achtergrond, en werd vooral naar het artikel van Arrow en Debreu verwezen. Volgens Weintraub is dit deels veroorzaakt door het feit dat Arrow en Debreu behoorden tot een groep van  briljante jonge economen die werkten bij Amerikaanse topuniveriteiten, terwijl McKenzie relatief onbekend was. Arrow en Debreu ontvingen later de Nobelprijs Economie, McKenzie niet. Impact is iets anders dan prioriteit.

Share

Comments are closed.